- 14-10-2026

Kan de verzorgende ouder verplicht worden alimentatie te betalen aan de andere ouder?

Jij betaalt geen alimentatie, maar de andere ouder eist het wél van jou.

Kinderalimentatie werkt in de meeste gevallen in één richting: de ouder bij wie het kind niet woont, betaalt een bijdrage aan de ouder bij wie het kind wél woont. Maar wat als het andersom is? Wat als de niet-verzorgende ouder claimt dat juist de verzorgende ouder aan hem moet betalen?

Dat klinkt onlogisch. Toch is het juridisch mogelijk. Rechtbank Gelderland boog zich op 3 juni 2025 over precies zo’n verzoek. De uitspraak geeft duidelijke grenzen aan: wanneer kan het, en wanneer niet?

Wat speelde er in deze zaak over kinderalimentatie?

Na een echtscheiding woonde het kind bij de moeder. Zij was de verzorgende ouder. De vader, de niet-verzorgende ouder, vroeg de rechtbank om de moeder te verplichten hem €100 per maand te betalen als kinderalimentatie. Zijn redenering: de moeder verdiende aanzienlijk meer dan hij.

De moeder voerde verweer. Haar standpunt: er zijn geen bijzondere omstandigheden die zo’n omgekeerde betaling rechtvaardigen. Subsidiair erkende zij dat als de rechtbank tóch een bijdrage zou vaststellen, dit maximaal €17 per maand kon zijn. En de vader kon zich daar wel in vinden.

De rechtbank wees het verzoek af. Volledig.

De juridische spelregel bij alimentatie: vier criteria

Kinderalimentatie volgt in principe een vaste logica: de ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, draagt de verblijfsoverstijgende kosten en de dagelijkse zorgkosten. De andere ouder betaalt de kosten van het verblijf bij hem én eventueel een bijdrage aan de verzorgende ouder.

Afwijking van deze hoofdregel, een zogeheten omgekeerde onderhoudsplicht, is alleen mogelijk bij bijzondere omstandigheden. De rechtspraak heeft vier relevante factoren geformuleerd:

1. Een ruime omgangsregeling bij de niet-verzorgende ouder: denk aan een co-ouderschapsachtige situatie

2. Hoge draagkracht bij de verzorgende ouder. Zij verdient substantieel meer

3. Lage draagkracht bij de niet-verzorgende ouder: hij kan nauwelijks iets bijdragen

4. De mate waarin ouders samen in de totale behoefte kunnen voorzien. Zijn de kosten van het kind überhaupt gedekt?

Belangrijk: het is aan de ouder die om de omgekeerde bijdrage vraagt om deze bijzondere omstandigheden concreet te stellen en, als de andere ouder dat betwist, ook te onderbouwen.

Waarom de rechtbank het verzoek om een omgekeerde betaling afwees

De moeder betwistte dat er sprake was van bijzondere omstandigheden. De vader reageerde niet met een concrete onderbouwing. Hij legde niet uit welke omstandigheden een omgekeerde betaling precies zouden rechtvaardigen.

Dat is zijn fatale fout. Juridisch gezien had hij de lat moeten halen: aantonen waarom de situatie zo uitzonderlijk is dat de hoofdregel niet geldt. Die onderbouwing ontbrak.

Bovendien: hoewel de moeder inderdaad een hogere draagkracht had, is dat op zichzelf onvoldoende. Een hoger inkomen bij de verzorgende ouder maakt haar niet automatisch alimentatieplichtig richting de andere ouder. Er is meer nodig.

Wat kun jij hieruit leren?

Als verzorgende ouder:

  • Als de andere ouder claimt dat jij moet betalen, is dat niet zo eenvoudig. Betwist het verzoek actief en wijs erop dat er geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld.
  • Een hoger inkomen alleen is geen grond voor omgekeerde alimentatie. Laat dat ook zo benoemen.
  • Weet dat de bewijslast bij de verzoekende partij ligt en niet bij jou.

Als niet-verzorgende ouder die overweegt om een bijdrage te vragen:

  • Wees je bewust dat de drempel hoog is. Je moet concreet onderbouwen waarom de situatie bijzonder genoeg is.
  • Kijk kritisch naar de vier criteria: is er echt sprake van een ruime omgangsregeling? Is jouw draagkracht echt laag? Wordt de behoefte van het kind niet gedekt?
  • Zonder deugdelijke onderbouwing wijst de rechter het verzoek af, zoals in deze zaak uitgelegd.

De kern van kinderalimentatie

Alimentatie draait om het kind, niet om het gelijktrekken van de financiële verhoudingen tussen ouders. Wie de dagelijkse zorg draagt, draagt ook de lasten. De financieel sterkere ouder wordt niet automatisch de betalende partij, zeker niet als het kind bij haar woont.

Deze uitspraak bevestigt dat de rechtbank terughoudend is bij omgekeerde alimentatie. En terecht: de uitzondering mag de regel niet worden.

Wat doe je bij een verzoek tot omgekeerde kinderalimentatie?

Word je geconfronteerd met een verzoek tot omgekeerde kinderalimentatie, of overweeg je zelf zo’n verzoek in te dienen? Laat je dan goed adviseren over de kans van slagen en de juridische vereisten. Een verzoek zonder deugdelijke onderbouwing is gedoemd te mislukken.

Uitspraak

Deze blogpost is gebaseerd op ECLI:NL:RBGEL:2025:4187

Veelgestelde vragen over omgekeerde kinderalimentatie

1. Wat als we de zorg ongeveer gelijk verdelen?

Hoeveel zorg elke ouder op zich neemt, telt mee in de berekening via de zorgkorting. Daarbij maakt het niet uit of het om co-ouderschap gaat of om een ruime zorgregeling. Hebben jullie als ouders samen genoeg draagkracht en is de zorgkorting hoger dan de draagkracht van de ouder bij wie het kind niet woont? Dan kan die ouder vragen dat de ander het verschil betaalt.

2. Tellen kinderbijslag en kindgebonden budget mee?

Ja, maar er zijn verschillen in hoe ze precies meetellen. In de behoeftetabel is al rekening gehouden met de kinderbijslag. Het kindgebonden budget gaat niet af van wat het kind nodig heeft. Het wordt opgeteld bij het inkomen van de ouder die het ontvangt, en dat is meestal de verzorgende ouder. De draagkracht wordt daardoor hoger.

3. Kan ik later opnieuw om een bijdrage vragen als mijn situatie verandert?

Dat kan. Een afwijzing betekent niet dat je nooit meer een verzoek kunt doen. Na een afwijzing doe je een nieuw verzoek, waarbij je moet kunnen aantonen wat er veranderd in bijvoorbeeld de zorgverdeling of je inkomen, en waarom dat van invloed zou moeten zijn op de uitkomst van het verzoek.